Water op een Droog Eiland
Curaçao heeft geen rivieren, dus elke plantage leefde van het water dat ze kon opvangen en vasthouden. Landhuizen werden gebouwd met regenwatercisternes die via een systeem van goten werden gevuld; de cisternewanden waren vaak nog dikker dan de dragende muren van het huis, van binnen bekleed met baksteen en afgedicht met waterdicht pleisterwerk. De cisternes voorzagen het huishouden, maar akkers en vee hadden veel meer nodig, dus werden er met de hand putten door de harde ondergrond gehakt, enkele meters breed, met een ronde gemetselde rand van ongeveer een meter hoog. Eén type, de pos di pia, had een aflopende, soms getrapte ingang, zodat mensen en dieren naar beneden konden lopen tot aan het water.
Dwars over de regengeulen die rooien heten, legden planters dammen aan van aarde of metselwerk, zodat afstromend water zich verzamelde en in de grond kon wegzakken in plaats van meteen naar zee te stromen. Een ongewoon grote gemetselde dam van dit type staat bij Pos Monton op de voormalige plantage Savonet, ongeveer drie meter hoog en gestut door vijf steunberen. Waar het grondwater dicht onder het oppervlak zat, werden beschutte boomgaarden, hofjes genoemd, aangeplant met fruit- en schaduwbomen.
Landgoederen met van nature hoog grondwater werden waterplantages, die putwater in de stad verkochten, aangevoerd per ezel, vooral in droge periodes wanneer de cisternes leeg raakten. Na decennia van verwaarlozing sinds de emancipatie in 1863 begon de overheid in 1904 met het herstellen van oude dammen en de aanleg van nieuwe, en om die goed te kunnen plaatsen liet ze het eiland voor het eerst nauwkeurig in kaart brengen.
💡 Tip: Wandel je in het Christoffel Park, kijk dan bij Pos Monton uit naar de oude, met steunberen verstevigde Savonet-dam; veel gerestaureerde landhuizen tonen bovendien nog hun originele cisterne en put.