De Arawak-indianen
Lang voordat Europeanen arriveerden was Curaçao het thuis van de Arawak (Caiquetío), die rond 2500 v.Chr. vanuit het Venezolaanse vasteland migreerden. Het waren bekwame vissers, landbouwers en kunstenaars die rotstekeningen achterlieten in de Hato Grotten en op diverse plekken over het eiland. De Arawaks noemden het eiland 'Kòrsou' — de oorsprong van de huidige naam. Ze leefden in kleine nederzettingen, verbouwden maïs en cassave, en handelden met naburige eilanden. Toen de Spanjaarden in 1499 aankwamen, woonden er naar schatting 2.000 Arawaks op het eiland. De Spanjaarden vonden aanvankelijk weinig van waarde en gebruikten Curaçao vooral als veeteeltpost, waarna ze het grootste deel van de inheemse bevolking deporteerden naar Hispaniola als dwangarbeiders.
💡 Tip: Bezoek de Hato Grotten om Arawak-rotstekeningen te zien die meer dan 1.500 jaar oud zijn — de oudste kunst op het eiland.





